elkeschrijft » (Vijf)duizend.

(Vijf)duizend.

Gepubliceerd op 26 maart 2019 om 20:46


Gisteren vroeg Ties of honderd méér is dan duizend

Deze ochtend zei hij 'aai luiv joe' (met de nadruk op luiv, hij heeft een speciaal accent te pakken)!
'Wel duizend keer!' voegde hij toe. Ik hoop dat hij nog altijd weet dat duizend méér is dan honderd en niet omgekeerd. :o)
Nu goed, sowieso al een dweilke moeten slaan, met dat gesmolten hart van mij.

Deze voormiddag zijn we (P., opa en ikzelf) gaan supporteren. De kleuters (Fie is straks aan de beurt) hadden sponsorloop. Dat gaat ieder jaar door, ten voordele voor Broederlijk Delen.
De kindjes moeten dan eigenlijk op zoek naar sponsors, dat kan per ronde of dat kan een vast bedrag zijn, dat de omgeving sponsort.
Mijn moetie heeft haar daar bijvoorbeeld vorig jaar zwaar aan mispakt. Ik denk dat ze 1,50 EUR per ronde sponsorde. Uiteindelijk had Ties zeven rondjes gelopen en grote zus dertien, je kunt al gaan uitrekenen... Opvallend gaat het deze keer enkel om vaste bedragen haha.
Oh: behalve de papa, hij betaalt straks 15 cent per ronde. Ik peis dat ie zijn rostjes kwijt wilt (mopje wi, liefje). (Gierigen hond, dat zei ik hem wel.) (En ja, dat meen ik ;))

Voor de kleuters stellen ze een hindernissenparcours op. Ik denk dat ze het anders niet lang zouden volhouden, gewoon lopen. Of misschien spreek ik nu voor mezelf, dat kan ook.
En zo zaten wij een koffietje te drinken in 't zonnetje met een box naast ons waar keelgatsluide muziek uit barstte. Gesjellig. Eerst werd er nog een liedje gezongen door de micro (na pieieieieieiep), gebracht door dé turnjuf van Dadizele. P. wist mij te zeggen dat dat liedje uit Luizenmoeder kwam, een (vtm) comedyreeks over de lagere school. Best ruimdenkend of net niet: misschien wilde ze duidelijk maken dat er weer een luizenplaag op gang is?! Ik heb de reeks niet gevolgd, maar wat ik wel weet is dat ik alleen door de titel al jeuk krijg. Wij maakten vier jaar geleden met Fie een luizencatastrofe mee van een dik jaar. Jup, ik had op een bepaald moment ook luizen. Als je plots een luis op je tafel ziet kronkelen, dan weet je dat het erg is. Bbrrrr. Daar hangt veel schaamte rond trouwens, wat jammer is, maar dat is een ander verhaal. Bij deze (alweer) een penibele bekentenis van mijnentwege :).

Het startschot werd gegeven, Ties en zijn mede-tweede-kleuter-klasgenoten begonnen eraan. Zo koddig zeg, huppel de puppel en geconcentreerd. Ik keek even niet en toen gebeurde het: hij viel in de helft van zijn eerste ronde. In de helft van zijn eerste ronde.
Grote tranen vielen uit zijn ogen (dat kan je heel letterlijk nemen bij Ties), de topjuffrouw en tevens tante sloot Ties in haar armen. 't Was echter om zeep. Zijn vertrouwen had een flinke deuk gekregen. Het feit dat wij er op zaten toe te kijken maakte het alleen maar erger, bedachten P. en ik. 
Ties heeft uiteindelijk vijf toeren gedaan, wat chapeau is, maar als hij de bank op moest, begon zijn lip telkens weer enorm te bibberen. Dat was de plek die het dichtst bij ons in de buurt was. Dan doet het meer kwaad dan goed dat wij er bij zijn. Zijn we er niet, dan verbijt hij dat wel, dan komen de tranen pas thuis als hij er over vertelt. Die floepen er dan ook gewoon echt uit alsof hij er terug middenin zit. 

Dat is een moment waarover ik begin te tobben: oh néé, is hij zo hooggevoelig als ik? dat is ogliek geen faalangst, hé? zou dat dan echt zijn omdat wij er bij waren? doen we dan iets fout? doe ik iets fout?...

>>>  een kleine onderbreking - of ja, zes uren later  <<<

Ik word wakker uit een diepe slaap, nadat ik eerst te uitgeput was om te rusten. Ik tjool naar beneden en tref daar Fie en oma die Monopoly aan het spelen zijn, de editie met de bankkaarten. Het rare is: vijf minuten later is Ties gewonnen. Hij had twee rondjes mee gedaan, zijn interesse viel weg en Fie was zo lief om een paar keer voor haar broer te spelen. Zij is plots blut, wat er op oma's bankkaart staat weet ik niet, maar Ties is gewonnen, haha, dat is pas kunnen! (Topeditie trouwens, top om cadeau te geven, dat ook.)
Uiteindelijk liep Fie 12 toeren. Ik ben de eerste helft gaan kijken, ze liep er 7 in de eerste helft! Eén helft is dertig minuten lopen. Dat kan ik op dit moment niet meer, hoor! Ik ben echt trots! Fietje minder content, ze wilde er minstens 13 en 'het ging veel beter als jij er nog was'! (slik, een glas water, snel)
Ondertussen ontwaakt Ties uit zijn helikopter-overvalt-monsterstruck-fantasieverhaal en hij kijkt meteen beteuterd.
'Ik heb maar vijf streepjes op mijn hand. De andere kindjes van mijn klas hebben er veel méér.' Waarop ik zeg: 'ja, maar zij zijn wel niet gevallen, hé!'

Weet je wat Ties antwoordde? Hij antwoordde dat hij niet gevallen was!           'Ik wilde gewoon bij jou zijn.'
Geen dweil deze keer, maar stoffer en blik had ik nodig om mijn gebroken hart bijeen te vegen. (Wat trouwens de tweede keer was, toen ik dacht dat hij gevallen was op school, maar ik durfde daar geen bezem vragen!)
Ties had geen fysieke pijn, Ties kreeg dus geen deuk in zijn zelfvertrouwen (wat dan wel goed is). Het feit dat hij een uur lang amper zijn tranen kon bedwingen, baart me meer zorgen. Hij voegde nog toe dat hij gewoon bij mij wilde komen. Terwijl hij heel duidelijk wist hoe het allemaal in mekaar zat, de sponsorloop, met toertjes lopen, met supporters e.d. Nog voor de start, zwaaide hij enthousiast, speelde hij met zijn liefje. De eerste loopmeters van zijn eerste ronde lukten wel, preus op zichzelf zoals kinderen dat kunnen zijn. Eens hij in de helft was, kwam het besef. Zo moet dat geweest zijn, dénk ik. En wij maar denken dat hij gevallen was...

Ties is een mamaskindje, dat staat als een pijl boven water. (OK, toch maar eens gecheckt, ik vond dat het niet juist klonk, het is een PAAL boven water, wahaha.)
Ik was dat vroeger ook, een echt mamaskindje. Er mocht niemand mijn buggy duwen, behalve mijn mama. Stiekem wisselden ze dan, als 'meme van aan de zee' ook wel eens wilde pronken met het toen nog jongste kleinkind. O WEE, als ik dat gezien had! Dat vertelt mama soms nog, dat buggyverhaal... Laat ons zeggen dat Ties nogal ne Van Leuven is. P. en Fie, dat zijn twee dezelfde. Zij bekvechten veel, kunnen veel interesse hebben voor eenzelfde thema, ze houden alletwee van beeld en vormgeving, creativiteit ten top.
Ties is stoer van ver, maar verre van stoer. Ik denk nu wel dat ik niet stoer ben van ver. Door te leren uiten, door te spreken vanuit mijn hart, merk ik wel dat ik mondig ben, ik wil duidelijkheid scheppen en dit ook duidelijk maken aan anderen, zowel positief als negatief. Ik blijf wel even gevoelig natuurlijk. Ties idem. Een klein hartje. Ik heb daarnaast nog een klein moederhartje. 

Dat ik al vaak in het ziekenhuis opgenomen ben de laatste twee jaren, heeft veel te maken met zijn reactie van vandaag. Sinds ik thuis ben, is hij erg aanhankelijk. Dat is altijd zo geweest, de tussen-thuis-periodes. Deze keer voelt het wel anders, het komt recht uit zijn hart zo. We hebben al mee gemaakt dat hij aan mij vroeg iets te doen, maar dat dat niet mogelijk was. Als P. dan te hulp schoot, wilde hij dat niet aanvaarden. Of 'nee, mama moet mij in bed steken.' Net té. Waardoor het bij mij dan weer schuldgevoelens creëert. Niet dat ik daarover zou klagen. Nu is het soms zodanig aandoenlijk, dat het pijn doet. Hij vertelt me hoe hij zich voelt over mij, over zichzelf. Dat kan ferm zijn.

Op zich is dat normaal. Aanhankelijkheid ontstaat door een tekort aan aandacht. Dat is kort gezegd, maar wel een feit. (Los van de peuterfase natuurlijk.) Ik ben er veel niet geweest, niet aanwezig in het gezin. Ties kan gelukkig recht uit zijn hart uiten wat hij wil. Hij geeft me iedere dag duizend kusjes en enorm veel genegenheid. Sowieso is hij daarin een gever, echt een hele lieve jongen, ik denk dat ik dat wel mag zeggen. Zijn stopzin is momenteel 'doet dat deugd?' (met hetzelfde accent als eerder beschreven trouwens), dat is dan als hij aan 't wrijven is op mijn rug. Of hij kriebelt in mijn haren. Hij vraagt het ook als hij doet alsof hij masseert.
De vraag 'moet je echt nooit nooit nooit meer in het ziekenhuis slapen?' wordt minder en minder gesteld. We zijn daar eerlijk over, dat is maar - welja - het eerlijkste naar de kindjes toe. We gaan hier met ons viertjes 'door'. Die vraag wil je echter niet in je schoot geworpen krijgen, echt...

Begin april hak ik de knoop door (hakken wij de knoop door) qua verder traject, behandelingsplan. De wachtlijsten zijn er nog, maar er is zicht op een vrij bed in het PZ in Ieper. Ik belde vandaag met de hoofdverpleegkundige.
Dat ik nog eens in opname ga gaan zeker!? Moet ik me alweer uit de gezinssituatie sleuren en mijn geliefde trio achterlaten? Met alle nadelige gevolgen op een mesthoop erbij? Ja, IK WEET HET, ik moet voor mezelf zorgen, ik moet voor mezelf kiezen. Dat zou perfect gaan, moest dat nog plezant zijn, een nieuw ziekenhuis, een nieuwe afdeling, oeh, spannend. Helaas: dat is zo'n beetje de hel, die eerste dagen, weken, je weg zoeken, vinden, kwijtraken, zoeken. Ik wil het niet nog eens. Kan ik het wel nog eens eigenlijk?
En dan den ergsten: ik wil hen dat niet meer aandoen... 'het zal wel gaan, ik zal het allemaal wel zelf doen!' maar ja...
Dat zicht op een vrij bed, maakt dat we handelen volgens 'nemen wat er te nemen valt in de geestelijke gezondheidszorg'. Dat is zo. Stiekem denk ik dat ik daar geholpen kan worden (dat is eigenlijk nog 't zwaarste punt). Ik hoop dat sowieso, velen met mij mee, maar het strookt zooo met mijn gevoel.

Stof tot nadenken. Zeg maar piekeren. 'Wees trots op jezelf', zeg ik vaak tegen Fie. Ik heb het ook al eens geroepen aan de voordeur toen ze al richting school fietste, dat was er misschien wat over. :o)
Ik kan het allemaal goed zeggen en bedenken voor een ander, maar voor mezelf, ah, dat is toch niet belangrijk. Dat denk ik echt, dat is voor mij de waarheid. Ik post anders nog efkes eens de doelgroep van de afdeling waar ik zou terecht komen in Ieper:

  • De afdeling richt zich op volwassenen met een persoonlijkheids- en/of stemmingsstoornis en/of uitgesproken persoonlijke stijl, gekenmerkt door een starre manier van denken, emotioneel onevenwicht en stellen van destructief gedrag naar zichzelf en/of in contact met anderen.

Dat is iets als: beschrijf Elke in één zin. Of ja, je weet wel. Als ik mezelf zou moeten beschrijven, het worden duizend zinnen. Zoals mijn schrijfsels bijvoorbeeld :o). Ben je er nog?

Kleine hartjes dus hier in huis. Wel zeker vijfduizend, overal verspreid.

Over vijfduizend 'geklapt', dit vond ik zondag in mijn mailbox:


't Eerste dat ik zei tegen P. was: alléé, dat kan toch niet. Volgens mij klopt dat niet! Hij zei echt van wel, maar ik denk nog steeds bedenkelijk. Ik bedoel maar: er zijn niet eens zoveel inwoners in Daizel! Wikipedia zegt trouwens dat Dadizele 3612 inwoners heeft. Dat dateert wel van in 2006. Dat is mijn geluksgetal geleden, allee jong. Ik kan me gaan aanbieden om eens te hertellen, ik heb toch teldwang... :)

"Dat mag gevierd worden" zeggen ze. Helaas bespeurde ik geen bijlage. (Met een dikke cheque ofzo, ik zeg maar iets.)
Er had beter gestaan: 'Wees trots op jezelf!'   :o)

Alsof ik dat zou geloven!!!
* vijfduizend hartjes voor jullie *


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Sofie
4 maanden geleden

WhoepWhoep!!! ๐Ÿ’™๐Ÿ’™๐Ÿ’™๐Ÿ’™๐Ÿ’™xduizend

elkeschrijft
4 maanden geleden

Merci voor je enthousiasme, aaaltijd en oooveral - je bent de beste! XXX

yves
3 maanden geleden

Je bent een fantastische moeder ondanks de vele
tegenslagen die je te verwerken krijgt.
Met zoveel liefde om je heen mag je niet aan jezelf
twijfelen.
Probeer je te laten helpen. Je zal er sterker uitkomen. Dat hoop ik, denk ik. Met zoveel liefde
om je heen zal je ooit eens de gelukkige Elke worden.
Veel courage en vergeet niet veel mensen zien je
graag.

W.
3 maanden geleden

Hรฉ, deze was me blijkbaar ontglipt! Ik vind jou wel stoer van ver hoor ;)